30 mei 1969

De raffinaderij, de grootste werkgever op Curaçao in 1969, werkte met een aantal aannemersbedrijven. Wescar, Werkspoor Caribbean, was daar een van. De arbeiders van de aannemersbedrijven kregen minder betaald dan de Shell-arbeiders, voor het zelfde werk. Toen de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) van Wescar op 6 mei afliep en er over een nieuwe overeenkomst onderhandeld moest worden, eisten de Wescar arbeiders “equal pay, for equal work”. De Wescar directie gaf echter niet of onvoldoende toe. Ewald Ong A Kwie, voorzitter van de vakbond “De Curaçaosche Federatie van Werknemers (C.F.W.), die de Wescar arbeiders vertegenwoordigde, ging over tot een staking. Toen de Wecar directie dreigde de stakers te ontslaan, riep hij op tot een solidariteitsstaking. De solidariteitsbetuigingen waren groter dan verwacht. Alle overige onderaannemers van Shell demonstreerden tijdens hun lunchpauze en andere vakbonden zoals de Algemene Haven Unie (AHU) en de metaalwerkers (CADMU) betuigden hun steun. Op de avond van 29 mei kwamen de vakbonden bijeen in de Casa Sindical op Pietermaai om te besluiten of er een algemene staking zou worden uitgeroepen. Op die avond waren er al arbeiders die passerende auto’s molesteerden. Politie moest er aan te pas komen om de rust te herstellen op Pietermaai. De volgende dag, 30 mei, zou een solidariteitsstaking worden gehouden. Bij de ingang van het Shell terrein “Post V” verzamelden de stakers zich. Ook de leiders van de Havenarbeiders, Wilson “Papa” Godett en Amador Nita waren aanwezig bij Post V. Het trio Ong A Kwie, Godett en Nita, waren de leiders die de stakende massa van zo’n 4.000, later 5.000 mensen in goede banen moesten leiden, op weg naar het regeringscentrum, Fort Amsterdam. De menigte was echter niet in bedwang te houden. Al bij Post V werd een auto en drums in brand gestoken.

Henderson Supermarket aan de Schottegatweg werd geplunderd, waarbij de stakers met grote hoeveelheden alcohol op weg gingen. “Respect” en “erkenning” was de inzet geworden, het recht op gelijk loon werd slechts de aanleiding. Bij het hooggelegen Parera stond een politiekordon de massa op te wachten. Hier ging het mis. De frontlinie van de politie werd zodanig bekogeld met stenen en flessen dat ze zich terugtrokken in zuidelijke richting, naar de (hellende) Kerkhofweg. De demonstranten staken een achtergelaten politie vrachtauto in brand, waarmee een van hen, Manuel Gutierrez, de auto naar beneden, op de politiemannen inreed en een dodelijk schot kreeg.

Een andere demonstrant, Orlando Gerardina werd, vermoedelijk door een afgeketste politiekogel, dodelijk geraakt. Ook Wilson “Papa” Godett werd geraakt door een politiekogel. Hij werd gewond afgevoerd naar het ziekenhuis, o.a. door Ong A Kwie en Nita, waardoor de woedende menigte zonder leiders voor Punda stond. Een groot aantal winkels in Punda en Otrobanda werd in brand gestoken door een razende menigte. Fort Amsterdam was hermetisch afgesloten en werd beschermd door militairen. 60 panden werden vernield door brand. Ongeveer 100 winkels werden ernstig beschadigd en geplunderd. De totale schade werd op ca. 50 miljoen Antilliaanse gulden geschat.

30 mei 1969 had grote gevolgen. De emancipatie van de Afro-Curaçaoënaar kwam in een stroomversnelling, de roep van Nederland om naar onafhankelijkheid te werken werd luider, Aruba’s Status Aparte kwam dichterbij, minimum loon en arbeidswetgeving werd strak gereguleerd.

meer info:
http://www.nationalarchives.cw/collectie/virtual-expo-30-mei-1969
 

May 30, 1969

The refinery, the largest employer in Curaçao in 1969, worked with a number of contractors. Wescar, Werkspoor Caribbean, was one of them. The workers of the contractors were paid less than the Shell workers, for equal labor.

When the Labor Agreement (CAO) of Wescar expired on May 6 and a new agreement had to be negotiated, the Wescar workers demanded "equal pay, for equal work". The Wescar management however did not or at least insufficiently meet their demands. Ewald A Kwie Ong, president of the union "The Curacao Federation of Workers (CFW), which represented Wescar workers, went on a strike and called for a solidarity strike. He received a large amount of support. All subcontractors of Shell and other unions such as the General Port Union (AHU) and the metal workers (CADMU) expressed their support. On the evening of May 29 the unions met at the Casa Sindical in Pietermaai to decide whether a general strike would be declared. On that night the first signs of unrest were expressed when some passing cars were molested. The next day, May 30, a solidarity strike was announced. At "Post V", one of Shell’s entrances to the plant, the strikers gathered. The leaders of the Dockers, Wilson "Papa" Godett and Amador Nita were also present at Post V. The trio Ong A Kwie, Godett and Nita had to lead a striking mass of about 4.000, later 5.000 people to the center of government, Fort Amsterdam. At the beginning of the march, a car and some drums were set on fire. Henderson Supermarket at the Schottegatweg was ransacked, leaving the strikers with large amounts of alcohol. "Respect" and "recognition" had become the motive, the right to equal pay the underlying slogan. At Parera a police cordon was set up to halt the masses. It all went amiss here.

The front line of the police was pelted with stones and bottles; so they decided to retreat southwards, towards the Kerkhofweg. The protesters looted an abandoned police truck, set it on fire, which one of them, Manuel Gutierrez, crashed into the police. He got killed by a police shot. Another protester, Orlando Gerardina, was probably fatally hit by a ricochets police bullet. Wilson "Papa" Godett was also hit by a police bullet. He was injured and taken to hospital. When Ong A Kwie and Nita left the scene to take Godett to Hospital, the angry mob was left at the entrance of Punda, without leaders. A large number of shops in Punda and Otrobanda was set on fire. Fort Amsterdam was sealed and protected by soldiers. 60 buildings were destroyed by fire. Around 100 shops were damaged and looted. The total damage was estimated at about 50 million Antillean guilders.

May 30, 1969 had a significant impact. The emancipation of Afro-Curaçaoans gained momentum, the call of the Netherlands to direct the Islands to Independence became louder, Aruba's call for Status Aparte emerged more prominent, minimum wage and labor was tightly regulated.

More info:
http://www.nationalarchives.cw/collectie/virtual-expo-May 30, 1969

Deze tekst mag alleen worden overgenomen met vermelding van de bron: Nationaal Archief Curaçao.

Foto's