Staatkundige geschiedenis 1 Periode 1940-1954

De Staatkundige Geschiedenis van Curaçao (en rechtsvoorgangers) in vijf periodes.
lees meer
Staatkundige geschiedenis 1 Periode 1940-1954

Staatkundige geschiedenis 1 Periode 1940-1954

De Staatkundige Geschiedenis van Curaçao (en rechtsvoorgangers) in vijf periodes.
lees meer

Voorbereiding op de autonomie

De oorlogsperiode had het streven op Curaçao naar meer autonomie versneld. Het Westelijk deel van het Koninkrijk was het enige onbezette deel geweest. Daarbij ging het met name Curaçao, vanwege de brandstofproductie voor de Geallieerden, economisch voor de wind. Vanuit Londen kwam al op 21 maart 1941 het Koninklijk Besluit tot herstructurering van het Koninkrijk, met toezeggingen tot meer autonomie. In de oorlogsperiode hadden de Geallieerden in de “Atlantic Charter” afgesproken een nieuwe wereld van vrije, soevereine staten na te streven. De Verenigde Naties ging na de oorlog het dekolonisatieproces monitoren. Nederland wilde echter de eeuwenlange historische band met haar overzeese gebiedsdelen graag in een Unie behouden. In het nieuwe Koninkrijk zouden Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao volledige zelfbeschikking krijgen voor wat betreft hun interne aangelegenheden, maar bereid tot wederzijdse bijstand op voet van gelijkwaardigheid. Rond 1940 had Indonesië rond de 70 miljoen inwoners, Nederland bijna 9 miljoen, Suriname 140.000 en Curaçao (N.A). ca 108.000 inwoners. 

De weg naar de autonomie voor Curaçao / De Nederlandse Antillen verliep via een nieuwe Staatsregeling (1948), waarin het Algemeen Kiesrecht werd ingevoerd; een Interimregeling, (1951) waarin ook de verhoudingen met de eilanden werden geregeld en als sluitstuk (?): het Statuut. Het Land, de eilandgebieden en haar autonomie werden in deze periode “gemaakt”. De status van Aruba, 1986, de "nation building"na het referendum van 1993 en ook de ontvlechting tussen de eilanden na de referenda van 2000-2005 komen in deze expositie aan bod. In deze tentoonstelling ziet U de hoofdrolspelers van deze periode in de sociaal economische context, in foto's, karikaturen en documenten.

Voor verder onderzoek over de Staatkundige Geschiedenis kunt u bij het Nationaal Archief Curaçao terecht met diverse originele bronnen.

 

H.M. Koningin Wilhelmina radiorede 7 december 1942

“… een rijksverband, waarin Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao (oude benaming van de N.A.) tezamen deel zullen hebben terwijl zij ieder op zich zelf de eigen inwendige aangelegenheden in zelfstandigheid en steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan, zullen behartigen …” “… Ik weet dat geen politieke eenheid en verbondenheid op den duur kunnen blijven bestaan, die niet gedragen worden door de vrijwillige aanvaarding en trouw van de overgrote meerderheid der burgerij”.

Geluidsopname radiorede 7 december 1942

Gouverneur G.J.J. Wouters (13 Juli 1936 - 15 Juli 1942)

Na de oorlog is gouverneur Wouters door de Enquêtecommissie “Regeringsbeleid 1940-1945” gehoord, vooral op de manier waarop de kwestie van de Joodse vluchtelingen werd afgehandeld. Hierop was internationaal de nodige kritiek gekomen. Wouters werd “halsstarrigheid” verweten. De geschiedschrijver L. De Jong kwalificeerde hem als “autoritair” en verdacht hem zelfs van het hebben van “een afkeer van Joden”. Gouverneur Wouters werd door het Nederlandse kabinet, in Londen, vervangen in 1942. Niet alleen de manier waarop hij de kwestie van de "Cobo de Hornos" (Joodse vluchtelingen) had afgehandeld, ook bij de "Chinezenkwestie" werd hem verweten de zaak onnodig te hebben laten escaleren.

Het Spaanse schip s.s. “Cabo de Hornos” kon in november 1941 86 Joodse vluchtelingen aan wal zetten, echter pas na intensief diplomatiek verkeer, na aanvankelijke tegenwerking van Willemstad. Wouters had geëist dat de rederij zich garant zou stellen voor het huisvesten van de vluchtelingen. Omdat het om zo’n grote groep ging kon de rederij daar niet op ingaan. Uiteindelijk is het de Nederlandse regering in Londen geweest die op het laatste moment het verblijf van de vluchtelingen op Curaçao mogelijk maakte.

De Chinezenkwestie speelde zich af op 20 april 1942 in de Shell-barakken van Suffisant. Nadat de Duitse U-boten olietankers voor de kust van Curacao en Aruba hadden getorpedeerd weigerden vele zeelieden dienst te doen op de schepen. Een groep Chinese matrozen ging in staking. Ze werden op last van Wouters naar Suffisant overgebracht. Daar sloten zich uit solidariteit een grote groep van 428 Chinese zeelieden bij aan. Toen de autoriteiten na een aantal mislukte bemiddelingsrondes de werkwilligen wilden scheiden van de stakingsleiders, ging het mis. De ordehandhavers werden aangevallen, een massale vechtpartij brak uit, waarbij sommige agenten hun wapen verloren. Daarop werd er geschoten door de ordehandhavers (Vreemdenlingendienst en Militaire Politie). Er vielen 12 doden. Later overleden nog 3 aan hun verwondingen. Ook op deze kwestie kwam veel kritiek, met name op de tactloze wijze en soms onnodig provocerend optreden bij de afhandeling van dit arbeidsconflict. Wouters werd in juli vervangen. 

Gouverneur Dr. P. Kasteel (15 Juli 1942 – 4 Aug. 1948)

Piet Kasteel was in de jaren dertig parlementair redacteur van “De Maasbode”, promoveerde in 1938 in Leuven op een studie van Abraham Kuyper en vluchtte in de meidagen van 1940 naar Engeland. In Londen was hij een vertrouweling van Gerbrandy en vriend van minister Kerstens, die beiden in 1942 zijn benoeming tot gouverneur van de Nederlandse Antillen bevorderden. Hij moest de in ongenade gevallen gouverneur Wouters vervangen. 

Gouverneur Ir. L. Peters (4 Aug. 1948 – 13 April 1951)

Leonard Antoon Hubert Peters landbouweconoom uit Midden-Limburg die kort na zijn studie in Wageningen landbouwattaché werd in Washington. Speelde in de VS tijdens de Wereldoorlog een belangrijke rol als lid van de Nederlandse economische missie. Vanaf 1948 werd hij tot Gouverneur benoemd van de Nederlandse Antillen. Als zodanig was hij betrokken bij de voorbereidingen van het staatkundig proces om van kolonie naar autonoom land te gaan.

Mr. Dr. M.F. “doktoor” Da Costa Gomez

Sinds 1937 gekozen als Statenlid voor de K.V.P. Op 21 maart 1942 werd “doktoor” bij K.B. benoemd als Antilliaanse afgevaardigde in de “Buitengewone Raad van Advies” gericht op herstructurering van het Koninkrijk, vanaf 1946 trad hij op als voorzitter van de commissies ter voorbereiding van het Statuut. Tijdens de Ronde Tafel Conferentie (R.T.C.) van januari 1948 werd voor het eerst van de naam “Statuut” gebruik gemaakt, en wel door de Antilliaanse afgevaardigde, “doktoor”. In 1948 richtte hij de N.V.P op. Da Costa Gomez werd op 17 maart 1949 voorzitter van het College van Algemeen Bestuur (onder de Staatsregeling 1948) en na de inwerkingtreding van de Interimregeling (7 febr. 1951) werd “doktoor” voorzitter van de eerste Regeringsraad van de Nederlandse Antillen (19 april 1951 – 8 dec. 1954).

H. Pieters Kwiers, delegatielid van de RTC's

H. Pieters Kwiers was delegatielid van de Ronde Tafel Conferentie.

Mini Ronde Tafel Conferentie

Na het “opschorten” van de RTC in 1948 werd door Van Schaik een “schets voor een Statuut, regelende de status van de Nederlandse Antillen, Suriname en Nederland in het Koninkrijk” opgesteld (febr. 1950). In april 1952 wordt de RTC hervat met een aanpassing van deze schets, “het Werkstuk ”. Ook deze RTC werd “tijdelijk geschorst”, voornamelijk vanwege Surinaamse bezwaren, om in 1954 te worden hervat. De hervatting van de besprekingen begonnen in Willemstad. Deze “mini RTC” werd gehouden in Landhuis Rooi Catootje op 12 januari 1954. De leden van de Antilliaanse delegatie waren: Mr.Dr. M.F. Da Costa Gomez (voorzitter), E. Jonckheer, J.H.A. Eman, Dr. W.Ch. de la Try Ellis, Mr. N. (Cola) Debrot en J.E. Irausquin. Eman (Aruba) verliet de conferentie vroegtijdig nadat zijn “Separacion” wensen niet werden gehonoreerd. Op 29 januari werd de mini RTC in Paramaribo voortgezet. Het ontwerp Statuut werd in Suriname aanvaard op 21 september 1954.

E. Jonckheer

 

E. Jonckheer was lid van alle Antilliaanse delegaties van de RTC's in 1948, 1952 en 1954. Na de verkiezingen van 15 november 1954 ondertekende Jonckheer, als minister-president van de Nederlandse Antillen, het Statuut, op 15 december 1954.

De Regeringsraad, met als voorzitter Da Costa Gomez, 19 april 1951- 8 december 1954.

RTC's

De Antilliaanse delegatie vertrekt naar de RTC januari 1948.
Mr. Van Schaik (links), ontwerper van de schets van het het Statuut, bij aankomst op Curaçao, januari 1949.

Arubaanse delegatieleden

C.A. “Shon A.” Eman (zittend rechts)

RTC Suriname

De Ronde Tafel Conferentie eind januari 1954, Paramaribo

Ontwerp Statuut aangenomen

Op 21 september 1954 werd het ontwerp Statuut aanvaard in Paramaribo. Een klein feestje.

Eilandgebieden

Met de vaststelling van de Interimregeling, 1951, werd ook de Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) vastgesteld. Gezaghebber Gorsira (EG Curaçao)

Doktoor op Campagne

Doktoor op verkiezingscampagne voor de NVP. Achterop zit Lucina Matheeuws.

Verkiezingen

De Staatsregeling 1948 had de invoering van verkiezingen op basis van Algemeen Kiesrecht gebracht. De eerste verkiezingen vonden plaats in 1949. De Staatsregeling 1948 werd vervangen door een Interimregeling (1951), als voorloper op het Statuut (1954).

In de periode 1950-1954 werden twee verkiezingen gehouden: 21 december 1950 en 15 november 1954.

1949

De eerste algemene verkiezingen van 1949 betekende ook dat het vrouwenkiesrecht was ingevoerd. 

De verkiezingen van 15 november 1954 werden gewonnen door de Democratische Partij van Efraim Jonckheer. Jonckheer werd zo de eerste minister president van het land Nederlandse Antillen en zou ook het Statuut ondertekenen. 

Statuut

Het Statuut wordt ondertekend door H.M. Koningin Juliana op 15 december 1954 op een plechtige bijeenkomst in de Ridderzaal.
Minister-president E. Jonckheer tekent het Statuut namens de Nederlandse Antillen.
Overzicht van de Ridderzaal tijdens de ondertekening van het Statuut.
De drie ministers-presidenten van het Koninkrijk, samen met de minister van Overzeese Rijksdelen, Dr. W.J.A. Kernkamp (Jonckheer, Drees, Kernkamp, Currie)

Haagse wandelgangen

Doktoor vlak voor het plechtige ondertekeningsprotocol

Statuut op Curaçao

Jonckheer keert triomfantelijk terug met het Statuut onder zijn arm.
“Doktoor” keert terug na de ondertekening van het Statuut.
Het Kabinet Jonckheer 1, met het Statuut.

Sociaal Economische Situatie

Op Curaçao ging het economisch voor de wind. Basis voor de Curaçaose welvaart was de olie-industrie.
Het inkomen per capita lag op Curaçao hoger dan in Nederland. In de oorlogsjaren verliepen de geldstromen van de kolonie naar het moederland.
De welvaart in de jaren vijftig veroorzaakte grote ongelijkheden in de samenleving.
Radio's en T.V.'s in overvloed verkocht in de jaren vijftig.
Koelkasten en luxe-producten.

Lorito Real

De Lorito Real was het Weekblad van de Democratische Partij op Curaçao. Karikaturen zijn getekend door "Pachi"van Kampen.

Lorito Real 26-11-1948

De eerste Algemene Verkiezingen: 17 maart 1949. David Capriles (K.V.P.)

Lorito Real 3-12-1948

“Dotoor” heeft de Interimregeling als Sinterklaas geschenk bij zich.

Lorito Real 21-12-1948

“Doktoor” (N.V.P.) neemt het op regen “Gungu” Maal van de D.P.

Lorito Real 21-1-1949

De Nederlandse minister Mr. J.R.H. van Schaik, serveert de Interimregeling aan Efraim Jonckheer (D.P.)

Lorito Real 29-4-1949

Links: Shon Henny Eman van Aruba, rechts: W.R. Plantz van de Bovenwinden. Midden: “Doktoor” over de zetelverdeling.

Lorito Real 13-5-1949

Introductie van Vrouwenkiesrecht (1949).

Lorito Real 20-5-1949

Jonckheer voert opposite tegen de door “Doktoor” gevoerde K.V.P. / N.V.P – coalitie in het College van Algemeen Bestuur (CAB).

Lorito Real 27-5-1949

“Doktoor” en Eman zitten bij de puinhopen.

Lorito Real 17-6-1949

Het College van Algemeen Bestuur (CAB) drijft stuurloos op de golven ..

Lorito Real 12-8-1949

C.A. “Shon A” Eman (A.V.P. – Aruba) en David Capriles (K.V.P. – Curaçao).

Lorito Real 23-9-1949

Op 23 augustus 1949 kwamen de R.T.C. delegaties van Indonesië en Nederland bijeen om de “Indonesische kwestie” te regelen (zonder "de West").

Lorito Real 7-10-1949

In 1949 werd de "schets"van het Statuut gepresenteerd door Van Schaik. De Staten hadden argwaan. In 1952 kwam een nieuw "Werkstuk".

Lorito Real 28-10-1949

Crisis rond de samenstelling van het College van Algemeen Bestuur.

Lorito Real 25-11-1949

Samenleving Curaçao / Nederlandse Antillen 1949.

Lorito Real 16-12-1949

De 8-8 zetelverdeling voorgesteld om met Aruba (Eman – A.V.P) in de coalitie mee te rijden.

Lorito Real 3-2-1950

De 8-8 zetelverdeling wordt getorpedeerd (door de Interimregeling).

Lorito Real 10-2-1950

De zetelverdeling in de Interimregeling was 12-8-1-1. De Staten hadden 8-8 geadviseerd en namen het voor kennisgeving aan.

Lorito Real 24-2-1950

De Interimregeling stelde echter een andere zetelverdeling voor dan Da Costa Gomez (N.V.P. – Curaçao) en Eman (AVP – Aruba) hadden afgesproken.

Lorito Real 24-3-1950

Overleg met Nederland over de zetelverdeling.

Lorito Real 14-7-1950

Uiteindelijk moest “Doktoor” de 8-8 zetelverdeling en het compromies met Eman (Aruba) laten varen.

Lorito Real 21-7-1950

Shon H. Eman (A.V.P. – Aruba) is niet blij met het verlies van de 8-8 verhouding Curaçao – Aruba.

Lorito Real 24-10-1950

De VN moest het dekolonisatieproces monitoren. Het ontwerp Statuut werd in november 1952 in New York toegelicht door de 3 landen.

Lorito Real 31-7-1953

Debrot (K.V.P.) doceert.

Lorito Real 2-10-1953

Wat gaat de Curaçaose kiezer doen?

Lorito Real 20-11-1953

Nadat de 8-8 zetelverhouding was gesneuveld wilde Aruba een beroepsrecht invoeren.