De verovering van Curacao

De verovering van Curaçao 1634

Nederland was vanaf 1560 tot 1640 verwikkeld in een oorlog met Spanje, om hun onafhankelijkheid te verkrijgen. Mede door deze strijd, die veel kapitaal, schepen en manschappen vereiste, namen de Nederlanders aanvankelijk niet deel aan de ontdekkingsreizen en ze hadden zich vóór 1580 nog niet in het Caribisch gebied vertoond. Dit veranderde toen in 1580 Spanje Portugal veroverde en de vereniging met Portugal (1580-1640) een feit was. Portugal mocht van Spanje geen handel meer drijven met Nederland, waarmee het in oorlog was. Nederland handelde vooral met Portugal in zout en de Nederlanders zagen zich gedwongen elders zout te halen. Zout was in die dagen heel belangrijk voor het conserveren van voedsel, met name vis. In 1585 kwamen de eerste Nederlandse schepen voor de Venezolaanse kust, zout ophalen bij de zoutpannen van Punto Araya, tegenover Curaçao. Nadat de Nederlanders na een kortstondig verblijf op St. Maarten werden verdreven, gingen de Heren XIX, de bestuurders van de West Indische Compagnie (WIC), bestaande uit 19 personen, nadenken over een goede verdedigbare basis in het Caribisch gebied, van waaruit alle operaties konden plaatsvinden. Het oog viel op Curaçao, omdat het goede verdedigbare havens had en het lag gunstig ten opzichte van Venezuela en de toenmalige handelsroutes. Van hieruit zou bovendien (de aanvoerlijnen van) vijand Spanje bestreden kunnen worden.

Tijdens de vergadering van 6 april 1634 gaven de bewindhebbers van de WIC goedkeuring aan de veroveringsplannen. Er werd een expeditie uitgerust onder leiding van Johan van Walbeeck en Pierre Le Grand. De expeditie bestond uit 180 matrozen en 225 soldaten. Op 28 juli 1634 slaagden zij erin de haven van Curaçao binnen te zeilen. De Spanjaarden gaven zich spoedig over. Bij de overgave werd bepaald dat het grootste deel van de indianen, ongeveer 400 in aantal en de 32 Spanjaarden vrije aftocht hadden. Ze werden naar Coro, Venezuela gestuurd. Op 21 augustus was de capitulatie een feit.

De manier waarop de verovering van Curaçao door de Hollanders op de Spanjaarden in 1634 zich afspeelde is het best te zien op de illustratie die door de Ruesta werd getekend. Het origineel van deze kaart wordt bewaard in het Archivo General de Indias, Sevilla in Spanje.

De tekening laat een “Armada Oladesa” zien van 7 schepen die de Annabaai zijn binnengevaren en naar het Westen van het Schottegat voeren. De ingang van de Annabaai werd door de Spanjaarden slechts verdedigd vanuit de Oostzijde (punda-kant) door een platform (V). De soldaten verlieten de schepen in sloepen en gingen aan wal bij het schiereiland van Asiento. Vandaar uit vertrokken ze over land in de richting van “Pos Cabai”, waar een Spaanse versterking stond. Op de kaart staat een “castillo” getekend, met slotgrachten erom heen. (De omschrijving is “castillo en el sitio de la Higuera”). Interessant is dat er op de kaart 2 “poblacions” (dorpjes, met kerkjes) staan aangegeven. De Poblacion van Sta. Anna, staat getekend in Bandariba ongeveer ter hoogte van Matancia / Rio Canario. In Bandabou staat de poblacion van Asencion getekend. Hier moeten de Indianen hebben gewoond. Het zijn waterrijke gebieden. 

Publicatie:
De bewoners van Curacao, vijf eeuwen van lief en leed. Gibbes/ Romer-Kenepa/ Scriwanek

Foto's in gallery:
1. Situatie schets van de verovering door Van Walbeeck getekend door Franciscoo de Ruesta (1634)
2. Afbeelding uit de 18e eeuw van de verovering van Johan van Walbeeck.
3. Het West Indisch Huis in Amsterdam, zitplaats van de Kamer van Amsterdam van de WIC.

 

Johan van Walbeeck and the conquest of Curaçao

The Netherlands, in order to obtain their independence, was engaged in a war with Spain from 1560 to 1640. Partly because of this war, which required a lot of resources, ships and men, the Dutch did not participate in the first exploration, like Portugal and Spain. Their ships were not seen in the Caribbean before 1580. This changed in 1580 when Spain conquered Portugal and the union with Portugal (1580-1640) was established. Portugal was not allowed to trade with the Netherlands, Spains enemy. The Portugal-Netherlands trade was mainly in salt and the Dutch were forced to look for other areas to get their salt. Salt was very important for the preservation of food, particularly fish in those days. In 1585 the first Dutch ships sailed off the Venezuelan coast, where they came to collect salt from the salt pans of Punto Araya, near Curaçao. After the Dutch were expelled from St. Maarten, the “Heeren XIX”, the directors of the West India Company (WIC), consisting of 19 people, began considering the possibility of maintaining a well defensible basis in the Caribbean, from which all operations could take place. The option of Curaçao was on the table, because of the well defensible harbors. It was conveniently positioned to Venezuela and the trade routes. It could be used as a marine base to attack (supply lines of) enemy Spain.

At the meeting on April 6, 1634 the directors of the WIC approved the plan of conquest. An expedition force was formed, led by Johan van Walbeeck and Pierre Le Grand. The expedition consisted of 180 sailors and 225 soldiers. On July 29, 1634 they conquered Curacao. The Spaniards surrendered with the agreement that the majority of Indians, about 400 in number and 32 Spaniards would be free to leave. They were sent to Coro, Venezuela. On August 21, the capitulation was a fact.

Deze tekst mag alleen worden overgenomen met vermelding van de bron: Nationaal Archief Curaçao.

Foto's